Hans zal een jaar of twintig zijn. Hij zit in een rolstoel en hij woont samen met meer dove en slechthorende jongeren in een woonvoorziening. Of Hans echt niks hoort, weet ik niet. Als ik zijn aandacht wil moet ik hem aanraken, anders ontgaat het hem. Toch heeft hij een cochleair implantaat, ik vermoed dus dat hij nog wel iets van geluid waarneemt. Omdat de communicatie vrij moeilijk gaat, tolkt een medewerkster van de zorginstelling terwijl ik de stoel in de taxi rijd. Ze gaat niet mee naar de revalidatie, ik moet het verder zelf zien te redden met Hans. Ach, ik probeer al zo lang om gebarentaal te leren. Ik heb het laatste jaar zo'n 400 woorden voorbij zien komen en ook nagedaan. Maar als er niemand is om mee te oefenen, heeft dat allemaal weinig zin. En dus sta ik hier wat onhandig te stuntelen met mijn handen.
Onderweg naar de revalidatie komen we in een file terecht. "STOP!" roept Hans ineens. "FILE!" "ONGELUK!" De woorden rollen eruit met een volume alsof hij een stadion toe moet spreken, maar ze zijn wel goed gearticuleerd en verstaanbaar. Ze klinken heel anders dan de woorden die ik van andere dove mensen hoor. Ik sta er verder niet bij stil en lever Hans vijf minuten te laat af bij zijn therapeut. "Ja, sorry, file..." Het is goed.
Onderweg naar de revalidatie komen we in een file terecht. "STOP!" roept Hans ineens. "FILE!" "ONGELUK!" De woorden rollen eruit met een volume alsof hij een stadion toe moet spreken, maar ze zijn wel goed gearticuleerd en verstaanbaar. Ze klinken heel anders dan de woorden die ik van andere dove mensen hoor. Ik sta er verder niet bij stil en lever Hans vijf minuten te laat af bij zijn therapeut. "Ja, sorry, file..." Het is goed.









