woensdag 18 maart 2015

Hospitality (2)


Hospitality, in dit geval gastvrijheid in het ziekenhuis.
Als taxichauffeur kom je nog eens ergens en ik kan wel stellen dat wij vaker in de wachtkamer van de dokter zitten dan welke patiënt dan ook. En is die wachtkamer of dan ziekenhuis dan ook echt gastvrij? Of kun je maar beter in de auto blijven wachten? 

Er is één wachtkamer waar ik altijd graag binnenstap, gewoon omdat het er zo gezellig is. 


Maasziekenhuis, Boxmeer, radiotherapie (rechtstreeks onderdeel van UMC Nijmegen)

Hospitality (1)


Hospitality, gastvrijheid. 
Het Latijnse woord hospitalis duidt zowel op een hospitaal als op gastvrijheid. Maar hoe gastvrij zijn de hospitalen tegenwoordig? Als je de PR-managers moet geloven, doen ziekenhuizen er alles aan om hun patiënten in de watten te leggen. Maar hoe zit het met de taxichauffeurs? Want geloof maar dat wij, vervoerders van al deze zieke mensen, heel wat uren doorbrengen in- of bij wachtkamers. Het wordt hoog tijd dat we daarom eens de voorzieningen voor het transportpersoneel onder de loep gaan nemen. Voortaan vind je op dit blog tussen de taxiverhaaltjes door af en toe een keuringsverslag, zo mogelijk voorzien van tips & trics voor een prettiger verblijf in de betreffende wachtruimte.
We starten met de wachtkamer waarin ik het meest mijn tijd verdoe. 

Jeroen Boschziekenhuis, 's-Hertogenbosch, afdeling hemodialyse

dinsdag 3 maart 2015

Engeltjes


Nee he, wat nú weer? Voor de zoveelste keer vandaag gaat mijn telefoon over. Mensen die me kennen, weten dat ze mij niet moeten bellen. Ik werk. Een sms-je of app-je is geen probleem, dat bekijk ik wel als ik tussen twee klanten door ergens langs de weg sta. Maar een telefoontje druk ik weg. Of ik negeer het. Maar ja, vanmiddag blijft het bezig zeg. En ik had tussen de bedrijven door al gezien dat het een afgeschermd nummer is, terugbellen kan dus niet. 

De gedachte aan die woensdagochtend, ruim tien jaar geleden, komt weer bij me boven. Toen kreeg ik ook zo'n anoniem telefoontje, terwijl ik net met mijn zoon de spreekkamer van de chirurg binnenstapte. Ook toen drukte ik de belletjes steeds weg, om pas ruim een uur later eindelijk het zoveelste telefoontje toch maar op te nemen. Het was een arts van de spoedeisende hulp, die me vertelde dat mijn vader in een heel ander ziekenhuis op sterven lag. Hals over kop reden zoon en ik naar Eindhoven, maar we waren net te laat. En wie weet, misschien bellen ze me nu wel omdat er iets met mijn moeder aan de hand is. Ze wordt tenslotte volgende week 84, op die leeftijd weet je maar nooit. 

zondag 1 maart 2015

Alarmlicht


"Alleen vrouwelijke chauffeur inzetten!!!!" staat er in mijn dashboardscherm. Zoiets zie ik niet vaak. Er zal zeker iets aan de hand zijn, maar ik heb geen idee of dat komt omdat de ouders van mijn passagier vreselijk bezorgd zijn, of omdat er slechte ervaringen met mannelijke chauffeurs zijn geweest.

Het meisje dat eraan komt lopen is denk ik een jaar of twaalf, op die leeftijd vind ik dat moeilijk in te schatten. Ze leunt zwaar aan de arm van de groepsleidster die haar naar de taxi brengt, ze plakt bijna aan haar. De andere kinderen die worden opgehaald rennen en springen rond, maar dit meisje blijft plakken. Pas als het autoportier open staat, laat ze de leiding los. Naar mij kreunt ze een keer, roept enkele malen "papa mama", gooit haar tas op de achterbank en stapt in op de passagiersstoel. 
"Ze praat nauwelijks, maar ze verstaat en begrijpt alles wat je zegt", vertrouwt de groepsleidster me nog toe voordat we vertrekken. 
Het is vrijdagavond en Birgit mag naar huis, 60 kilometer verderop, naar "papa mama". 

woensdag 25 februari 2015

God


Hij zwalkt een beetje als hij van de taxi naar de revalidatie loopt. Een wat onzekere tred, maar wel een goede stap: beide benen evenredig belastend, goed afgezet en met een volledige afwikkeling van zijn voet. Hij houdt de handen in de zakken, heeft ze niet eens nodig om evenwicht te zoeken. Iemand die hem niet kent kan hooguit denken dat deze man een borreltje op heeft en daarom wat zwalkt. 

Gisteren haalde ik hem op bij de revalidatie, vandaag heb ik hem er weer heengebracht. Toevallig, want hij gaat er al vanaf begin januari met de taxi naar toe en we hebben elkaar eerder nog niet ontmoet. 
"O, da's maar goed ook mevrouw," vertelde hij me zojuist in de taxi. "Want ik was niks meer. Ik kon niks. In december gebeurde dat met mijn hersens. Hoe heet dat?" 
"Herseninfarct?" probeer ik.
"No no, it wasn't that. It-it-it-it was a stro-stro-stroke!" Het hoge woord is eruit.

dinsdag 24 februari 2015

Bijna dood



Terwijl het buiten redelijk fris is, parelen kleine zweetdruppels op het voorhoofd en de neusvleugels van de man. Hij is gejaagd, zenuwachtig, onrustig, paniekerig. "Weet u mevrouw, ik had DOOD kunnen zijn. Bijna. Ik was bijna DOOD." Op de achterbank zet hij een grote plastic doos met deksel, daarna gaat hij naast mij zitten. "Echt mevrouw, ik overdrijf niet. Bijna dood. Ik had echt dood kunnen zijn. Bijna dood". 

Ik begrijp hem niet goed. Nog maar tien minuten geleden kreeg ik een vreemde ritopdracht binnen. Bij de bijzonderheden stond: "Via1: Leeghwaterlaan 8/8 5223BA 's-Hertogenbosch. Let op: meneer heeft tussenstop bij justitie Den Bosch. Huisnr. aankomstadres verifiëren bij klant. JB klant staat al klaar zsm ophalen." Wie is JB? De klant heeft andere initialen. En wat is er aan de hand? Is deze man crimineel? Misschien. Is hij gevaarlijk? Nee, want dan zou justitie hem niet alleen laten reizen. Ik besluit niet teveel te praten en gewoon af te wachten. 

zaterdag 21 februari 2015

Strak


Eigenlijk wilde ik niet, maar het moest. Ik kon er niet langer onderuit. Ik moest me een nieuw uniform aan laten meten. Waarom ik daar zo tegen opzag? Omdat het nooit goed ging. Tot nu toe dan. 
Mijn laatste uniform is een jaar of zes geleden aangemeten. De kleermaker liet mij een doorpasjasje aantrekken, waarna hij driftig met krijt en spelden ging strepen en prikken. Zo moest het worden, na 14 dagen zou het klaar zijn. Toen ik het eenmaal had, paste dat pak dus voor geen meter: de revers gaapten en deden mijn toch al niet onaanzienlijke boezem nog eens drie maten groter lijken. De schouders hingen tot halverwege mijn bovenarmen, de mouwen reikten tot op mijn vingerkootjes en mijn armen vooruit strekken -toch geen zeldzame beweging voor een chauffeur- lukte niet, daarvoor had ik te weinig bewegingsvrijheid bij de oksels. Ik heb gevraagd of het aangepast kon worden, maar volgens die kleermaker was dat niet nodig. Het was puur een kwestie van wennen, volgens hem. Het gevolg was dat ik het jasje nooit droeg. Ik trok een nette zwarte broek, witte of zwarte bloes en zwart vest aan, completeerde dat met een sjaaltje in de bedrijfskleuren et voilà, c'est ça

donderdag 12 februari 2015

Geoeteld


Komend weekend is het pas carnaval, maar ik rijd de hele week al rond met stickers van de Oeteltaxi, hét kenmerk van de met carnaval toegelaten Bossche taxi's. Of liever: ik rééd ermee rond. Want maandag vloog de sticker al tijdens het rijden van de voorruit en dinsdag moest ik driftig de plakbandrol hanteren om de achterruitsticker op zijn plaats te houden. Die sticker is niet zomaar iets, het is een 15 centimeter hoge banier, die over de volle breedte van de voor- of achterruit gaat. 
Blijkbaar hadden alle taxi's last van loslatende stickers, want vandaag kreeg de ene na de andere chauffeur een omroep om tussen twee ritten even in Den Bosch de taxi te laten 'oetelen' door twee nieuwe stickers te laten plakken. Nou ja, dat 'even' bleek in mijn geval anderhalf uur te duren. 

Geprivilegieerd


Honderd jaar geleden was de Osse hei een gebied vol armoe. Struikrovers en bandieten struinden er rond, in die jaren tussen de twee beruchte periodes waarin de Osse bendes actief waren. Er woonden armoedzaaiers, zoals Jan Tompe en zijn vrouw Netje. Tien kinderen kregen zij daar in hun plaggenhut. Alle tien stierven ze voortijdig, als slachtoffertjes van de troosteloze armoede. 
Na de oorlog zorgde d'n Organon voor een economische boost in Oss, en de Osse hei werd gecultiveerd. Er kwam een heus villapark voor het management van de pillenfabriek en de plaggenhut maakte plaats voor grote, rijke huizen. En dankzij d'n Organon was het ook niet meer nodig om tien kinderen te krijgen. Jammer voor Jan en Netje dat ze niet wat later geboren waren. 

vrijdag 30 januari 2015

Roadrunner


Bij elk taxibedrijf heb je supersnelle chauffeurs, gewone chauffeurs en slome duikelaars. Bij ons bedrijf zijn we in de gelukkige omstandigheid dat we een echte roadrunner in de gelederen hebben, een superchauffeur die in 10 minuten van Nijmegen naar Oss rijdt. Vooruit, soms loopt het iets uit en is het een kwartier, maar dat ligt dan aan de drukte op de weg. Echt waar, hij is echt zo snel. Hij klokt het zelf op zijn horloge en dat liegt niet. "Nog een beetje oefenen, dan kan ik tegen de klok inrijden", grapt hij wel eens. 

Roadrunner is een lichtend voorbeeld voor ons allen, want ondanks zijn snelheid krijgt hij nooit een bekeuring. "Hoeft ook niet, want ik overtreed zelden de snelheidslimiet", zegt hij dan. "Ik ben zo snel door goed vooruit te kijken, snel en slim gebruik te maken van elk gaatje dat me geboden wordt en door niet te lang bij de mensen aan de deur te staan treuzelen. Staan ze niet klaar? Jammer dan, dan bellen ze maar een nieuwe taxi. Ik rij door." Met dat laatste ben ik niet zo gelukkig, maar op de rest van Roadrunners kwaliteiten ben ik stikjaloers.