Piet is een eenvoudige man: de lagere school heeft hij niet afgemaakt, maar hij heeft wel zijn hele leven gewerkt. Sjouwend en ploeterend kon hij als knecht altijd wel ergens terecht. Nooit getrouwd, maar hij heeft wel een eigen huisje waarin hij zich goed kan redden. Elke dag een "goei bôtterham" en een bord warm eten, daar draait hij zijn hand niet voor om. Hij houdt huis en tuin netjes bij, en als er ooit iets is waar hij geen raad mee weet kan hij altijd bij de buren aankloppen, of bij zijn broers.
Het leven gaat zo zijn gangetje, totdat Piet steeds meer, steeds harder en vooral steeds pijnlijker moet hoesten. Hij draait er nog maar eens een extra sjekkie op, want dat is zijn hele leven al de oplossing voor alle problemen geweest. En uche-uche-uche, Piet heeft geen idee hoe -en vooral: waarom- hij die peuk beter kan laten liggen.









